Gastblog: Een ode aan de thuisblijver

Toine Remers is 23 jaar en zit in het laatste jaar van de master Biomedical Sciences in Nijmegen. Hij heeft een column geschreven in het kader van een van zijn mastervakken. Ik vond die zo goed passen bij Wie helpt de dokter, dat ik hem heb gevraagd of hij hem beschikbaar wil stellen als gastblog.

Toine vond dat een goed idee, dus ik laat hem snel aan het woord!

“Thailand, wat was je heerlijk! #opzoeknaarmezelf #wereldreiziger”. Weer zo’n serie foto’s van de zogenaamd perfecte reis. Ze komen tegenwoordig vaker voorbij op mijn Facebook dan de reacties van de gemiddelde senior onder elke willekeurige activiteit van zijn/haar luttele tien vrienden. Wat is dat toch? Waarom leeft bij iedereen ineens de noodzaak om lang weg te gaan? En is het raar als ik dat niet heb?

Als student biomedische wetenschappen is het vrij onvermijdelijk: vriendschappen met geneeskundestudenten. De eerste anderhalf jaar studie doe je eigenlijk alles samen. Daarna begint er een soort tweedeling te ontstaan. Zij leren voor patiënten zorgen en ik focus mij op onderzoek. Desondanks blijven de meeste vriendschappen bestaan.

De eerste echte splitsing vindt pas na de bachelor plaats; tijdens de wachttijd. Ik heb dan twee maanden zomervakantie, maar mijn vrienden in opleiding tot arts moeten vaak minimaal een half jaar wachten totdat ze verder mogen. Je zou denken dat mijn intellectuele vrienden op de proppen komen met allerlei verschillende invullingen voor deze vrije tijd. Niets blijkt minder waar! Werkelijk iedereen werkt zich korte tijd helemaal het schompes om daarna zo lang en zo ver mogelijk te reizen. Als het even kan naar Azië, Oceanië of, als je echt lef hebt, naar Zuid-Amerika.

Terwijl ik geniet van mijn vakantie proberen mijn collega-studenten in diezelfde tijd een klein fortuin bij elkaar te werken. Rond september beginnen de eerste avonturen en daarmee ook de onafzienbare stroom aan foto’s en filmpjes. Iedereen ziet de mooiste tempels, beklimt de hoogste bergen en snorkelt in de blauwste oceanen. Ik zie het thuis allemaal op Facebook en Instagram langskomen. Ook niet studerende vrienden komen voorbij. Blijkbaar hebben er veel vrienden tijd over.

Dit tweede jaar van mijn master loopt uit en dus overweeg ik een paar maandjes niks te doen. Ineens zie ik het: dit wordt mijn wachttijd! Eindelijk die lange, verre reis. Bijna meteen vraag ik mezelf af: Waarom eigenlijk? Ik hou ontzettend van reizen, maar het hoeft van mij allemaal niet zo lang. Maar… iedereen doet het. Ik snap mezelf niet…

Ik deel mijn gedachten met vrienden. Allemaal lang naar Azië geweest en minimaal één keer oog in oog gestaan met wilde haaien of bijna omgekomen terwijl ze met gevaar voor eigen leven rijen auto’s ontweken op opgevoerde scooters; avonturiers pur sang dus. De verwachte replieken met redenen om toch te gaan, blijven uit. Sterker nog, ze snappen me wel: “Als je de neiging niet voelt, moet je het vooral niet doen.” zeggen ze. Verdomme. Eigenlijk hebben ze gewoon gelijk. Bovendien, wat is er nou precies mis met vaker wat korter weg? Ik zou vier schitterende tempels tijdens een kortere reis waarschijnlijk veel meer waarderen dan de vijftigste in een lange serie.

Ik open Facebook en zie opnieuw de vriend die het heerlijk heeft gehad met Thailand (sic). Blijkbaar spreek je landen tegenwoordig persoonlijk aan. Ik blijf vanavond eens lekker thuis om na te denken over het volgende korte tripje. Ondertussen bestel ik chinees bij mijn favoriete tentje. Azië in Nijmegen. ‘Heerlijk’!”

Naast zijn studie houdt Toine zich vooral bezig met zweefvliegen. Hij is te vinden op LinkedIn en heeft tijdens zijn bachelorstage Toine drie maanden in Indonesië gewoond. Zoals hij zelf zegt: Ik ga er wel degelijk op uit.

Beste Toine, bedankt voor de mooie spiegel die je ons voorhoudt!

Tekst: Toine Remers, foto’s: Ron Hameleers